Psalm 119 (deel 1)
Tekst : Psalm 119: 1-40
Thema : Wandelen met God
Hoe zit Psalm 119 in elkaar?
De eerste vraag waar ik bij stil wil staan is: hoe zit Psalm 119 in elkaar?
Veel Psalmen zijn eigenlijk kleine verhaaltjes. Die beginnen bijvoorbeeld met iemand die een probleem heeft. Gaande weg wordt er dan verteld hoe God een oplossing geeft. De Psalm eindigt met een dankzegging aan God. Er is een bepaalde lijn, een bepaalde ontwikkeling, een kop en een staart te ontdekken.
Zo zit Psalm 119 niet in elkaar. Het lijkt een aaneenschakeling van mooie uitspraken. Zonder dat daarin een lijn of een structuur te ontdekken is. Toch is dat niet het geval.
Psalm 119 is ingedeeld in 22 groepjes van 8 verzen. Zo'n groep wordt strofe genoemd. Precies evenveel strofen als er letter zijn in het Hebreeuwse alfabet. Alle 8 verzen van een strofe beginnen met dezelfde letter van het alfabet. Dus vers 1 t/m 8 beginnen met de eerste letter van het hebreeuwse alfabet, vers 9 t/m 16 met de tweede letter, etc. In NBV met * er tussen. In NBG met witregel er tussen. In de SV met de letters van het alfabet.
Waarom bevat elke strofe nu 8 verzen? Er worden 8 verschillende woorden gebruikt voor de wet van God. De belangrijkste is het woord wet (Hebreeuws Thora). Verder: belofte, woord, regels, richtlijnen, voorschriften, geboden, wetten.
22 letters van het alfabet en 8 woorden voor de wet. 8x22 dat levert in totaal 176 verzen op. Dat geeft iets weer van volheid, volledigheid. De dichter behandelt zijn thema van A tot Z. Er wordt niets buiten beschouwing gelaten.
Maar wat is het thema van Psalm 119? Opschriften in bijbelvertalingen boven Psalm 119 geven de volgende thema's : heerlijkheid van de wet, lofzang op de wet, lofzang op het woord van God. Daar zit een kern van waarheid in. In bijna alle verzen van Psalm 119 komt immers één van die acht woorden voor wet voor.
Toch doen we te kort aan de bedoeling van de dichter van Psalm 119 als we het daarbij zouden laten. Want er zit nog een diepere laag in Psalm 119. Die diepere laag laat zien dat het om nog iets maar gaat.
Psalm 119 is namelijk een gebed. Dat gebed laat iets zien van de intieme omgang van de dichter met God.
De dichter vraagt of God zelf hem wil leren en inzicht wil geven (vers 18, 34). Ten diepste vraagt de dichter om het werk van de Heilige Geest in zijn leven. De bijbel is geen verzameling wetten en regels die God hem heeft gegeven en die hij zelf wel netjes in de praktijk zal brengen brengen. Hij beseft dat hij alleen door de Geest in staat zal zijn de weg van Gods geboden te gaan. Voor de dichter zijn Woord en Geest onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De dichter vraagt God ook om bescherming, hulp, om Gods nabijheid (vers 8, 17, 22).
De dichter zoekt God, aanbid God, vers 7, 10, 12.
Hier is iemand aan het woord die heel dicht bij God leeft. Iemand die leeft in relatie van vertrouwen, afhankelijkheid en toewijding aan God. Psalm 119 heeft dus niets te maken met je keurig aan de regeltjes houden, met wettisch leven. Het gaat in psalm 119 niet om leven onder de wet maar leven door de Geest. Die schrijft Gods wet in onze harten.
Waar gaat Psalm 119 over? Over leven met God, wandelen met God, toewijding aan God.
Maar ondertussen komen we wel in elk vers één van de 8 woorden voor wet tegen. We kunnen er dus niet omheen dat Psalm 119 over de wet gaat. Daarom zullen we eerst kijken wat er precies wordt bedoeld met de wet.
Het belangrijkste woord dat hier gebruikt wordt is het Hebreeuwse woord Thora. Dat woord is in onze bijbel vertaald met "wet". Dat is eigenlijk jammer want die vertaling met "wet" wekt de indruk dat het inderdaad gaat om regels en geboden waaraan wij ons hebben te houden. Dat is zeker ook waar! Maar bij de Thora gaat het ten diepste om iets anders gaat.
Thora betekent letterlijk onderwijzing. Niet in de zin van op school zitten en sommetjes leren maken. Het gaat veel meer om praktische onderwijzing. Leren hoe je moet leven. Zoals ouders hun kinderen opvoeden en ze leren om als zelfstandige en volwassen mensen in het leven te staan.
Zo onderwijst God zijn volk Israël en wijst hen de weg die naar het leven voert. De Thora begeleidt Israël , behoedt hen onderweg , wijst het de weg die naar het leven lijdt enattendeert hen op gevaren . In de Thora is God zelf onderweg met zijn volk. Thora staat voor Gods aanwezigheid in ons leven. Zoals ook Jezus zijn discipelen onderwees terwijl ze onderweg zijn. Zo wil God ons leren terwijl we onderweg. Gaandeweg leren om de weg van God te gaan.
Zo begint ook Psalm 119:1. Het is het gaan van een weg en het leven bij Gods Thora, onderwijzing, leiding, licht, bescherming. Thora is in de eerste plaats Gods reddende, liefdevolle aanwezigheid in het leven van zijn kinderen. Daarom begint de Psalm ook met het woordje gelukkig. Gelukkig ben je als je mag leven bij zijn Thora.
Thora gaat in de eerste plaats over wat God voor ons doet en pas in de tweede instantie over wat God van ons vraagt.
Thora is openbaring van God
Je kunt dus zeggen dat Thora de openbaring van God is in al haar facetten. Het is ten diepste de openbaring van Gods karakter. Door de Thora leren we God zelf kennen. Daarom kan vers 18 ook spreken over de wonderlijke schoonheid van de Thora (vertaling NBV). Omdat we daarin zien wie God is. De wonderlijke schoonheid van Gods karakter.
De Thora van God heeft concreet gestalte gekregen in de heilige Schrift, het Oude en het Nieuwe Testament, de Bijbel. Maar dit boek is eigenlijk transparant. Als de Geest je ogen opent (want zo begint vers 18), dan zien we geen verzameling geboden, regels en voorschriften. Maar dan zien we de schoonheid van Gods karakter.
Daarom kan de dichter van Psalm 119 ook zeggen dat de Thora een bron van vreugde, liefde, wijsheid en geluk is.
Jezus en de Thora
In dat perspectief kunnen we ook de woorden van Jezus plaatsen als Hij zegt: Ik ben niet gekomen om de Thora buiten werking te stellen maar om haar tot volheid te brengen (Mat 5:17). Door Jezus kennen we de werkelijke schoonheid van de Thora, van Gods karakter kennen.
De Thora is de openbaring van Gods karakter, het woord van God. Maar dat woord, die Thora, is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, zegt Johannes. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid (Joh 1:14).
In Jezus is ten diepste Gods karakter geopenbaard. In Jezus zien we de ware Thora in al haar schoonheid. Met een parafrase op vers 18 kunnen wij bidden: Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zienhoe wonderlijk mooi Jezus is. Wij lezen daarom Psalm 119 in het licht dat Jezus er op laat schijnen.
Toewijding aan God = toewijding aan de Thora
Aan de ene kant gaat Psalm 119 over de toewijding aan de wet, de richtlijnen, geboden en voorschriften die God geeft. Aan de andere kant gaat Psalm 119 over toewijding aan God. Die twee lijnen kun je dan ook niet los van elkaar zien. De Thora, de geboden, richtlijnen en regels zijn onlosmakelijk met God verbonden.
Dat wordt in Psalm 119 op twee manieren heel duidelijk tot uitdrukking gebracht. In de eerste plaats zegt de dichter steeds uw wet, uw geboden. Met andere woorden ze zijn onlosmakelijk met God verbonden. Je kunt het Woord niet los zien van God en je kunt God niet los zien van zijn Woord.
Er is nog een tweede manier waarop de dichter van Psalm 119 dat duidelijk maakt. Door een techniek die kenmerkend is voor Hebreeuwse dichtkunst. Namelijk verzen die uit twee regels bestaan, waarbij beide regels ongeveer hetzelfde zeggen maar dan in andere woorden. In vers 2 en 12 wordt in de ene regel iets over God gezegd en in de tweede regel iets over zijn Woord.
vers 2 |
vers 12 |
Onze toewijding aan God krijgt concreet gestalte in toewijding aan het woord van God en het leven naar zijn geboden
Wandelen met God
Het gaat in Psalm 119 om een intieme relatie met God. Als ik een thema boven deze Psalm zou mogen zetten dan zou dat zijn “Wandelen met God”. Gaandeweg door Hem worden onderwezen. Thora is onderwijs terwijl je op weg bent.
Als we ons nog even herinneren dat de Psalm is opgebouwd volgens het Hebreeuwse alfabet. Dan zou je Psalm 119 ook het ABC van het geestelijk leven. Spurgeon noemde Psalm 119 het gouden alfabet.
Psalm 119 is daarom een uitnodiging om te wandelen met God, om je aan Hem toe te wijden. En daar praktisch gestalte aan geven door toewijding aan zijn woord. Wat dat in de praktijk betekent, daarover gaat de volgende preek.In de tussentijd mag ons gebed zijn met de dichter van Psalm 119:
Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien
hoe wonderlijk mooi uw Thora is.